zeiljacht-gaia.nl

maart 2009

Geschreven op 10 May 2009 01:09

9 maart

We hebben een prima overtocht naar Carriacou, het meest zuidelijke eiland van de Grenadines. Als we daar eind van de middag rondvaren zien we nergens de zwarte mast van de Live en ook lukt het niet om telefonisch contact te krijgen. Na het weekend hebben we weer contact met Marcel en Ascha. Ze hebben enorme pech gehad op hun tocht naar Carriacou. Om 12 uur ’s nachts brak een stuurkabel en moesten ze de noodhelmstok monteren. De zee was ruig en een klapgijp was het gevolg. Ascha is door de grootschoot meegesleurd en is met haar hoofd tegen een lier aangeklapt. Ze was helemaal van de wereld en Marcel is ’s nachts teruggevaren naar St. Lucia. Met veel moeite is Ascha van boord gehaald en naar het ziekenhuis gebracht. Vier hechtingen en een flinke hersenschudding, maar gelukkig was er niks te zien op de CT-scan. We ontmoeten elkaar een paar dagen later in de Tobago Cays, maar daarover later meer.

Op Carriacou overnachten we in Tyrrel Bay, een pittoreske baai, volgens de pilot. De baai is wel mooi, maar het pittoreske herkennen we niet. De volgende dag gaan we ankeren bij Sandy Island. Voor het eerst moeten we opnieuw ankeren. We hebben last van stenen op de bodem. Sandy Island is behoorlijk te grazen genomen door twee orkanen de afgelopen jaren. De paar palmbomen op het eilandje zijn verdwenen en ook het rif is zwaar beschadigd. Met snorkelen zien we dan ook niet zoveel (nou ja wel veel lege wijnflessen onder de boot). Het anker houdt weer niet en voor de derde keer gaan we die dag ankerop. We gaan nu voor Hillsborough liggen om de dag erop te kunnen uitklaren in het dorp.

De eilanden in de Grenadines liggen dicht bij elkaar en we zien ons volgende reisdoel, Union Island, al liggen. Hier moeten we weer inklaren. We blijven een nachtje liggen en gaan dan door naar het eiland Mayreau.

Bij Mayreau ankeren we in de Saline Bay bij het plaatsje Clifton. We liggen vlak bij het strand en er zijn niet veel andere boten. Het snorkelen langs de rotsen is prachtig en we zien weer allerlei nieuwe vissen. Clifton is een rustig, slaperig plaatsje, heerlijk om doorheen te slenteren. We lopen naar het kerkje op de top en kunnen van daaruit de Tobago Cays zien liggen. Na nog een dag genieten van de rust van Mayreau varen we naar de Tobago Cays.

De Cays is een natuurpark van 4 eilandjes die beschermd worden door een gigantisch rif, het Horseshoe Reef. We ankeren binnen het rif tussen de eilanden. De kleur van het water is ongelofelijk mooi en het water is erg helder. Naast de boot zie je regelmatig een schildpad die even naar boven komt om de omgeving te verkennen. We hebben hier afgesproken met Marcel en Ascha en het weerzien is helemaal goed. Ascha heeft nog flink last van haar hoofd en is regelmatig misselijk, maar het gaat steeds ietsjes beter. We liggen vier dagen in de Tobago Cays en we genieten volop. Het snorkelen bij het Horseshoe reef is spectaculair. Keimpe ontdekt zelfs een haai onder een rots. Op gepaste afstand bekijken we het dier. Het is bijna volle maan en ook de avonden zijn prachtig. We liggen geankerd op wit zand en alles licht op.

We gaan weer terug naar Union island. Marcel en Ascha zijn een dag eerder al daar naartoe gegaan en we zien ook de Linea met Pim en Meta liggen. Pim en Meta hebben we voor het laatst gezien op de Kaap Verden. We vieren het weerzien met een biertje in een barretje op het rif, een maaltijd op de kant en pittige rumpunches aan boord van de Linea. Boink, boink, boink doet ons hoofd nu.

 

21 maart

Na ons avondje stappen met de Live en de Linea hebben we samen met Marcel en Ascha nog drie eilanden bezocht in de Grenadines. Vanaf Union zijn we naar Petit St. Vincent gevaren. Dit is een privé eiland met hotel erop. Je mag vrij wandelen op het strand, maar als je verder het eiland oploopt kom je bordjes tegen dat vanaf dat punt alleen hotelgasten mogen komen. Als we zijn geankerd komt er een bootje langs met verse vis. De visser heeft van alles en we kiezen een salmon uit. Nou lijkt die salmon vooral niet op de zalm die we kennen van de Noorse wateren, maar hij smaakte wel overheerlijk. Het is een grote vis, dus we nodigen Marcel en Ascha uit om de vis te helpen verorberen. Vlak voordat Keimpe de vis in de pan wil gooien, horen we helpgeroep van de buren. Tegen hun jacht bonkt een ander jacht dat los van zijn anker is geraakt. Keimpe en Marcel komen in actie en hangen stootwillen tussen de twee boten en sporen de eigenaar op in het restaurant.

 

De dag erop zeilen we naar Mayreau. We hebben het al heel lang over kreeft eten en de Grenadines is de plek om goedkoop kreeft te eten. Samen met Marcel en Ascha gaan we in Clifton op zoek naar verse kreeft. We komen terecht bij Robert Righteous en daar eten we alle vier voor het eerst kreeft, mjammie lekker. Robert runt het restaurant al jaren en heeft enorme lol om zijn gasten te vermaken, drinkt daarbij de nodige rumpunches en rookt af en toe een ‘doobie’ (een sigaret die in Nederland veel in koffieshops wordt gerookt…).

 

Na de tussenstop in Mayreau gaan we naar Mustique. Dit is een bijzonder eiland, omdat veel beroemdheden een vakantiehuisje op het eiland hebben. Er zijn zo’n 70 van deze villa’s en een exclusief hotel. De eerste dag dat we er liggen snorkelen we rondom de boot en gaan we ’s avonds bbq-en op het strand met Marcel en Ascha. Eindelijk gebruiken we de Cobb (een soort van bbq). We hadden gedacht deze heel veel te gebruiken in de Carieb, maar dit was dus de eerste keer. De tweede dag maken we een rondrit met een taxi. Het eiland lijkt wel een groot park. Alles is netjes aangeharkt, gesnoeid en geharkt. Onze taxichauffeur stopt af en toe en wijst naar een enorme villa en mompelt dan: Mick Jagger, Bryan Adams, Celine Dion, Tommy Hilfiger en ga zo maar door. We drinken nog een drankje in de beroemdste (en enige?) bar op het eiland, maar we blijven zo’n beetje de enige gasten. Dus geen biertje met Mick deze keer.

 

Bequia is het laatste eiland in de Grenadines dat we bezoeken. We gaan aan een mooring liggen in de Admiralty Bay bij Port Elizabeth. Het is zondag en zowel Ascha en Marcel als wij hebben geen verse spullen meer aan boord, dus oeps weer uit eten. We eten heerlijk bij Maria en genieten van de livemuziek in het restaurant. De volgende dag gaan we weer terug voor een heerlijke brunch. Ank heeft al een paar dag uitslag op haar ellebogen en van de apotheker in het dorp krijgen we zalf en pillen.

 

Op dinsdagmorgen gaat de wekker om half 6, jawel in de morgen. We gaan naar St. Lucia een tocht van 55 mijl, zo’n 10-11 uur varen. We willen in het licht aankomen, vandaar dat we om 6 uur ´s morgens de trossen al los gooien. We vertrekken tegelijk met de Live en eigenlijk nog veel meer andere jachten. Tussen Bequia en St Vincent zien we veel grienden en dolfijnen, die meters uit het water springen. Dat was al weer een tijdje geleden. Die dag krijgen we een aantal regenbuien over ons heen, maar de verwachte woeste zeeën tussen de eilanden vallen reuze mee. Om 4 uur ´s middags liggen we aan een mooring in de Soufriere Bay. We hebben een prachtig uitzicht op de pitons, twee punten bergen. Marcel en Ascha varen door en via de marifoon nemen we voor even afscheid. 

 

De volgende dag varen we naar Marigot Bay. Een mooie baai, maar wel erg toeristisch. De uitslag van Ank heeft zich inmiddels verspreid over haar hele lichaam en we gaan naar het ziekenhuis. De uitslag is een allergische reactie, maar de arts kan niet zeggen waardoor het komt (eten, insectenbeet, zonnecreme ….). Het bloedonderzoek is verder helemaal goed. Na een boost ingespoten te hebben gekregen, zien we na een paar uur de rode vlekken en uitslag al wat verdwijnen en de jeuk wordt ook veel minder. Met twee soorten pillen kunnen we ’s middags het ziekenhuis weer verlaten. De uitslag is nu gelukkig al bijna helemaal weggetrokken. In Marigot Bay komen er veel boat boys langs om spullen te verkopen. Zo ook Santa Claus, jodelend op een surfplank vol bananen. Hij laat ons babybanaantjes proeven en voor een paar EC dollar en een koud biertje krijgen we een enorme tros bananen en ook een klein trosje babybanaantjes. Hij zegt nog, ’s nachts de bananen binnen leggen anders komen de vleermuizen erop af en schijten de heleboel onder. Nou hebben we al twee maanden bananen buiten hangen en nog nooit last gehad van vleermuizen. Tot we de volgende dag wakker worden: de banken in zowel de kajuit als de kuip zitten vol met poepjes en de babybanaantjes zijn aangevreten. ’s Nachts zijn die vleermuizen dus binnen geweest en we hebben er niks van gemerkt.


We hebben een lekker zeiltochtje naar de laatste baai die we in St. Lucia bezoek: Rodney Bay. We liggen twee nachten in de marina omdat we een aantal klussen willen doen en een hoop boodschappen nodig hebben. Het is eigenlijk geen klusweer: 35 graden, felle zon en geen wind in de jachthaven. Gelukkig kunnen we eind van de middag uitpuffen in het kleine zwembadje in de marina. Morgen vertrekken we naar Dominica. Daar willen we zwemmen in champagnewater, watervallen bezoeken en met een kano de rivier op. Waarover later meer….

 

31 maart 2009

Doninca was heerlijk! Het is uitermate groen, ongerept en er wonen vriendelijke mensen. De natuur is geweldig, en ook de hoofdplaats Roseau is erg leuk. Het eiland is niet erg toeristisch en een van de armste inde Carieb. We hebben de tijd genomen voor dit eiland en daardoor het redelijk leren kennen.

We zijn op Dominica geweest van 21 maart tot en met 1 april. We hebben het eiland bekeken vanuit Roseau Bay in het zuiden en later vanuit Prince Rupert Bay in het noorden. In de Pr Rupert Bay kwamen we oude bekenden tegen: Stephen, Nick en Rosie op de Ayesha en Jim, Jo en kinderen op de Starblazer. Het was erg leuk hen weer te zien en met ze op stap te zijn geweest.

In Roseau Bay hebben we aan een mooring gelegen, omdat ankeren lastig is. Aan de baai ligt Roseau, de hoofdplaats met 20.000 inwoners. Er wonen zo’n 70.000 mensen op het eiland, waaronder in een reservaat ook enkele honderden Carib-indianen, de oorspronkelijke bewoners van de Carieb. Sinds 1978 is Dominica onafhankelijk. In 1979 trof de orkaan David het eiland vol, waardoor veel van het eiland verwoest werd. Vanwege het ontbreken van een internationaal vliegveld en grote hotels is het niet erg toeristisch. In Roseau leggen wel bijna dagelijks een groot cruiseschip aan en verder zijn er de zeiljachten.

Vanuit Roseau zijn we een aantal dagen op stap geweest met Harrison, onze gids. Met hem zijn we een dag rond gereden in het zuidelijk deel van het eiland. Hoogtepunt van deze dag was de wandeling door het regenwoud naar de Victoria falls, de watervallen in de White River. Nou ja wandelen, het was meer een klimtocht over keien langs de oevers en door de bedding. Ank was al snel drijfnat, want uitgegleden. De waterval is prachtig en stort zo’n 100 meter naar beneden. In het meertje onderaan hebben we gezwommen. Vanaf de omliggende rotsen zijn we er in gesprongen. Met Keimpe’s hoogtevrees viel dat nog niet mee. Na de klimpartij terug hebben we bij Moses geluncht. Moses is een boer over wiens land (eigenlijk regenwoud, maar hij verbouwt er van alles) je naar de watervallen gaat. Moses is een Rastafari, met lange, deels grijze dreadlocks, een erg tanig en gespierd lichaam (terwijl we hem toch over de 50 schatten) en een paar resterende tanden in zijn mond. Terwijl we een soort snert als lunch hadden, rookte hij marihuana. Ook onze gids rookte nogal wat. Daardoor was ie niet altijd even goed verstaanbaar, maar hij wist wel veel te vertellen over het eiland en de plaatsen die we bezochten. Na de winterse lunch reden we langs de Atlantische kust waar zeeschildpadden hun eieren in het zwarte zand verstoppen. Prachtige stranden, maar geen schildpadden of eieren gevonden. Terug zijn we dwars over het eiland gereden, dat vrijwel onbewoond is. Eerder op de dag zijn we door verschillende dorpjes gereden en daar waar onze gids bekenden of familie had zijn we d’r even uit geweest. Onder andere illegale lokale rum geproefd. Het blijkt dat de mensen erg zelfvoorzienend zijn. Er wordt van alles verbouwd: bananen, met name voor de export, laurierblad, waaruit olie wordt geperst voor geneeskrachtige oliën, bloemen, voor de export, grapefruits en groenten voor lokale consumptie. Lokaal wordt drank gestookt en het eiland heeft eigen bieren (pils, guinness, en andere) , waarvan het water uit Dominica komt en de andere ingrediënten uit Duitsland of Nederland. Wat heb je verder nog? Oja, kippen: die lopen overal rond. Na een indrukwekkende dag terug op de Gaia  hadden we het idee dat er iets veranderd was met ‘s ochtends, dat we een eindje verderop liggen. Nou is dat erg onwaarschijnlijk, als je aan een mooring ligt. Dat is doorgaans een stevige lijn aan een stuk beton op de zeevloer. Het was de buurman die opheldering bracht: onze mooring was losgebroken van het betonblok en de boot was een paar honderd meter verder langs de kust gedreven. Philbert, van het Anchorage Hotel daar aan de kust, had Gaia zien dobberen en de boot teruggebracht. Hulde aan deze man! We hebben erg veel geluk gehad.

De tweede dag dat we met Harrison op stap zijn geweest zijn we ‘s middags vertrokken naar Soufriere Bay. De hele baai is een natuurreservaat vanwege het mooie onderwatergebeuren. We hebben daar gesnorkeld in Champagne. Dit is een plek waar gas uit de zeebodem opborrelt. Het is geweldig om daar in de bubbels onder water te zweven tussen koraal en vissen. Vervolgens zijn we naar de Trafalgar Falls geweest. Dit is een dubbele waterval in het regenwoud met een warme onderstroom. Daar zou je in kunnen baden, maar het leek ons wat te heet. Even verderop zijn we wezen kijken en ruiken bij zwavelbronnen. Stoom met de geur van rotte eieren borrelt op uit de moerasbodem. Daar wil je niet al te lang zijn. Het tegendeel gold voor de natuurlijke zwavelbaden waar we in hebben gebadderd. Er waren drie warme baden van verschillende temperatuur en een koud bad. Bij zonsondergang hebben we hier een uur in liggen weken. We hebben ons in geen maanden zo schoon gevoeld. Wauw.

We zijn zelf een dag op stap geweest in Roseau. Naar de botanische tuinen geweest op zoek naar de lokale papegaaiensoort. Deze laatste kon je alleen van veraf in een kooi bekijken. Van dichtbij kon je zien hoe een lege schoolbus tijdens orkaan David geplet is door een grote boom. Het wrak met de gevallen boom erop hebben ze laten staan. Op de oude boom was inmiddels een nieuwe boom gegroeid. Na de botanische tuin hebben we door Roseau geslenterd. Het is een aardig stadje met vriendelijke mensen.

Na vijf dagen in Roseau te hebben gelegen zijn we Prince Rupert Bay gevaren. We voeren aan het eind van de middag de baai in en werden uitbundig begroet door de mannen van de Ayesha. Sinds onze ontmoeting in Madeira heeft Stephen een eenzijdige weddenschap met Keimpe over wie het eerst zijn haar knipt. Al maanden krijgen we e-mailtjes met het bericht `still no haircut´. Dus snel het anker uit en roeien naar de Ayesha om te checken of dit inderdaad het geval is. Yep. Hij heeft een geweldige bos op z’n kop.

Ook het noorden van Dominica hebben we uitgebreid verkend. In Prince Rupert Bay ligt Portsmouth. Ooit was Portsmouth de hoofdstad van Dominica, maar heeft die status verloren aan Roseau door de vele ziekteoverbrengende muskieten die er waren door de moerassen rondom de stad. In Portsmouth zie je meer armoede dan in Roseau. Veel mensen bieden fruit te koop aan, willen je afval wegbrengen of vragen direct om geld. De inwoners van Portsmouth moeten het met name hebben van toeristen en van de universiteit/campus die bij het stadje ligt. Op deze medische universiteit zitten met name Amerikaanse studenten, die in de VS uitgeloot zijn of onvoldoende papieren hebben voor een medische studie aldaar.

We hebben gewandeld in het Cabrits National Park, een schiereiland waarop de ruines van Fort Shirley liggen. Met de dinghy zijn we naar de steiger van het schiereiland gegaan. We mochten niet het schiereiland op want de prime minister van Dominica gaf precies aan het eind van de steiger een televisie-interview. Sommige ruines van Fort Shirley zijn overwoekerd met takken en wortels van grote bomen, een prachtig, wat spookachtig gezicht.

Samen met de bemanning van de Ayesha en gids Alexis hebben we zondagmorgen heel vroeg een tour gemaakt over de Indian River. Alexis heeft in zijn jeugd in de bergen gewoond en wist veel te vertellen over de natuur enzo. De Indian River wordt iets stroomopwaarts het regenwoud in snel smaller en beide oevers zijn overgroeid met bomen met lange wortels. Het krioelt er van de krabben en je vindt er veel kokosbomen. Al is het nog zo vroeg, het is er prachtig. Een stukje stroomopwaarts neemt hij ons mee op de kant om een plantage te bekijken: bananen, cacao, mango, ananas, en nog veel meer. Het is interessant om eens te kijken waar cacao vandaan komt, hoe ananassen groeien, waarom bananen krom zijn, hoe je broodvrucht klaar maakt en nog veel meer leerzaams. ’s Avonds gaan we naar de BBQ op de kant bij Big Pappa, een strandbar met veel faciliteiten voor zeilers. Met de opbrengsten van de BBQ worden de security-mensen bekostigd die de zeiljachten in de baai bewaken. De BBQ is overdadig en lekker met veel vis en kip. De BBQ-avond eindigt met dansen op reggae (de muziek van Morgan Heritage uit Jamaica is echt leuk).

Een dag later maken we een tour in een busje over het eiland, samen met de bemanning van de Ayesha en de Starblazer. De tour voert ons langs de Red Rock Haven, een roodachtige rotsformatie aan de Atlantische kust, langs het Carib-reservaat, langs een geweldig leuk lunch restaurantje en langs de Spanni Falls. Het Carib-reservaat ziet er een beetje armoedig uit met veel kleine houten huisjes. Langs de kant van de weg bieden mensen veel houtsnijwerk aan en Casave-brood (van de maniokwortel). Boeiender zijn de twee Spanni Falls, die een eindje lopen in het regenwoud liggen. Het laatste stuk naar de eerste en verder naar de tweede waterval moeten we klimmen, soms is het zo steil dat we ons aan touwen moeten optrekken. Bij de waterpoel van de tweede waterval trekken we onze zwembroek aan en stappen in het koude water. Iedereen (behalve de gids, die is mobiel aan het bellen – midden in het woud!) neemt krijsend een douche onder de harde straal van de waterval. Jim wil perse van een rots in het water duiken, wat hem door iedereen verboden wordt omdat het erg ondiep is. Stephen vleit zich op een rots in het midden van de poel en verkondigd: ‘I am a gay mermaid’. Met onze engelse vrienden hebben we veel lol.

Op 31 maart gaan we nog een keer uit eten met de bemanning van de Ayesha en Starblazer. Bij wijze van afscheid, want Ayesha gaat 1 april verder. Voor het eten bij Puple Turtle, hebben we bij ons aan boord nog een borrel. Ook de bemanning van een andere Engelse boot Pegasus is daarbij, zodat Gaia met 15 mensen in de kuip aardig achterover leunt. Keimpe maakt heerlijke rum punches voor iedereen en is best verbaasd als een hele liter rum, na een rondje al bijna op blijkt te zijn. Iedereen vindt de cocktail erg lekker, maar wil de volgende graag iets slapper. Op 1 april zwaaien we Ayesha uit. Het was weer geweldig en we hopen elkaar weer te zien.

Wij vertrekken 2 april uit Dominica naar Les Saints, eilandjes behorende bij Guadeloupe. Na tien dagen Dominica hebben we heel veel indrukken opgedaan (meer dan er in dit verslagje passen) en zijn wel een beetje verliefd op dit land en zijn mensen geworden.

 



Er zijn nog geen berichten geplaatst. Plaats een bericht.