juli 2009
Geschreven op 17 August 2009 19:30
17 juli
De overtocht van San Miguel (Azoren) naar La Coruna heeft 6,5 dag geduurd. Het is dus sneller gegaan dan we van te voren hadden ingeschat. In het begin was er we weinig wind en hadden we de motor bijstaan, maar al snel konden we lekker zeilen. Een aantal dagen hebben we een vervelende deining gehad. Hierdoor was eten koken een enorme uitdaging. De boot slingerde als een gek heen en weer, wij dan ook en soms het eten. Een paar keer was het een druilerige dag met mist en regen. We hebben nog spuitende walvissen gezien, gelukkig waren ze aardig ver weg. Verder dolfijnen en een honderden harige ping pong balletjes; wat dat nou waren, daar zijn we nog niet achter.
Dinsdagavond 7 juli waren we in de buurt van La Coruna. We moesten weer enorm wennen aan al die vissersboten. Tja dan is zeilen op de oceaan een stuk rustiger. ’s Nachts om 1 uur lagen we in de haven van La Coruna. Niet de meest relaxte overtocht van deze reis, maar wel lekker vlot en gelukkig is La Coruna een heerlijke stad om bij te komen. We hebben lekker rondgeslenterd door de stad en weer genoten van de tapas. Vorig jaar zijn we overdag door de oude stad gewandeld, dit keer ’s avonds. Ook dan ziet het er prachtig uit, zie de foto’s.
In de haven komen we vertrekkers tegen, snik zij hebben de reis nog voor de boeg en wij zijn op de terugweg. In La Coruna hadden we echt het gevoel dat het rondje ‘rond’ was. De eerste haven waar we een jaar geleden ook geweest zijn. Vanaf nu gaan we weer op weg naar huis. Maar dat doen we niet rechtstreeks. We willen half augustus weer thuis zijn en hebben nog een aantal weken om te reizen. We hebben besloten om niet de golf van Biskaje over te steken maar langs de kust te hoppen. We zijn vooral wel benieuwd naar de noord Spaanse kust.
Op zondag 12 juli zijn we vertrokken naar onze eerste stop: de stad Santander. Een tocht van 220 mijl en zo’n 2 dagen varen. Er stond helaas geen of nauwelijks wind en we hebben 4 uur kunnen zeilen, de rest van de tijd (dus bijna 48 uur) hebben we moeten motoren. De kust van noord Spanje is mooi, dus dat maakte wel weer wat goed.
In Santander liggen we de rivier op in de enige jachthaven waar we terecht kunnen als bezoekend zeiljacht. Ook hier weer drie vertrekkende Nederlandse jachten. We zijn niet jaloers (of toch wel?). Santander is een grote drukke stad. We wandelen langs het water naar de voorstad El Sardinero. Hier heb je gele stranden, veel barretjes en restaurants en daarachter enorme villa’s.
We hebben gisteren een auto gehuurd om het achterland te verkennen. Als eerste gaan we naar Puenta Viesgo. In de grotten boven het dorp kun je prehistorische tekeningen bekijken. We krijgen een rondleiding van bijna een uur. Helaas kan de gids alleen Spaans, maar we kunnen het meeste toch wel begrijpen. De tekeningen zijn erg mooi, met name de handjes op de wanden vinden we fantastisch om te zien. Zo’n 15.000 jaar geleden legden de grotbewoners hun handen op de wanden om ze vervolgens met een soort air brush techniek te omspuiten. Je krijgt dus een negatiefafdruk. Het schijnt dat deze hand(af)drukken over de hele wereld in grotten voorkomen. In de grotten van Altamira zijn nog mooiere tekeningen te zien, maar helaas zijn ze gesloten. We bezoeken het bijbehorende museum en leren daar meer van soortgelijke grotten in de wereld. Merkwaardig genoeg komen afbeeldingen van mensen erg weinig voor. Met name worden dieren en soms ook abstracte vormen afgebeeld. Leuk om te zien dat ze in Noord Spanje stieren tekenden en in Australië kangaroes.
Van Altamira rijden we naar Santillana del Mar, volgens de reisgids een van de mooiste steden van Spanje. Het is ook een heel mooi oud stadje, jammer dat het zo enorm toeristisch is dat het niet meer voelt als een stadje. Dus na een korte wandeling snel door naar Comillas. Deze plaats staat bekend om zijn bijzondere bouwwerken van Catalaanse modernistische architecten. De universiteit en het paleis zijn helaas afgesloten voor publiek. Het bouwwerk dat Gaudi heeft ontworpen, El Capricho, kunnen we wel van dichtbij bekijken. Ach als hij nog leefde had hij best een huis voor ons mogen ontwerpen. Dit huis, inmiddels een restaurant, ziet er prachtig uit. Moe maar voldaan na een mooie dag rijden we terug naar Santander en komen voor het eerst sinds lange tijd in een file terecht.
Vandaag een rommeldag aan boord en morgen gaan we door naar Bilbao waar we het Guggenheim museum gaan bezoeken en natuurlijk de leuke kroegjes die Jos ons getipt heeft.
28 juli
We hebben weer weinig wind als we 18 juli van Santander naar Bilbao varen. Een dagtocht, maar helaas op de motor en niet zeilend. De twee marina’s waar je kunt liggen zijn erg duur, maar gelukkig kun je tussen die twee marina’s prima voor anker liggen. De stad Bilbao ligt zo’n 10 km het land in en we liggen voor anker in de voorstad Getxo.
De eerste dag wandelen we langs het strand naar het oude vissershaventje. De haven is niet meer in gebruik. Nou ja, niet door boten, bij eb liggen er tegenwoordig mensen te zonnen op de zanderige bodem. Op een erg leuk terrasje in de oude visserswijk drinken we een biertje. Daar leren we dat de Spanjaarden bang zijn voor water. Hemelwater, wel te verstaan. Soms vallen er een paar druppels regen uit de lucht en vluchten de Spanjaarden van hun tafeltjes onder een afdak. Echt, het waren maar een paar druppels, maar wel hele grote, dat wel.
Als je in Bilbao bent mag je natuurlijk het Guggenheim museum niet missen. Het gebouw zelf, ontworpen door de architect Frank Gehry, is prachtig om te zien. Van ‘de inhoud’ hebben we ook erg genoten. Met name van de stalen sculpturen van Richard Serra en de tijdelijke expositie van Cai Guo-Qiang. (De buitenkant mag je fotograferen, maar helaas de kunst binnenin niet)
In een enorme hal van Guggenheim staan verschillende sculpturen van Richard Serra bestaande uit gigantische stalen platen, die vertikaal geplaatst zijn. De platen zijn 4 tot 5 meter hoog, 5 cm dik en 20 tot 30 meter lang en zijn gevormd tot grote spiralen of parallelle bogen of slingerende vormen. De platen staan vaak iets voor- of achterover geheld. Je kunt op allerlei manieren door de sculpturen wandelen en beleeft zo de ruimten die door de platen worden gevormd of afgebakend. Het heeft een duizelend makend effect, soms is het bedreigend als de platen over je heen hangen in een nauwe doorgang, soms wordt juiste ruimte gecreëerd doordat er geen horizon is. Volgens Serra leer je de betekenis van de sculpturen kennen door er doorheen te wandelen en al doende beleef je je eigen tijd. Hoe dan ook, indrukwekkend was het zeker.
De naam van de tweede kunstenaar, Cai Guo-Qiang, zegt waarschijnlijk niemand iets, maar hij was verantwoordelijk voor het vuurwerk bij de openings- en sluitingsceremonies bij de Olympische Spelen 2008 in Peking. Qiang is een veelzijdig kunstenaar uit China, die geïnspireerd is door traditionele Chinese kunst en de latere ‘sociale’ kunst uit het Mao-tijdperk. Vuurwerk is zijn grootste fascinatie. Hij heeft veel zogenaamde. ‘explosion events’ op zijn naam staan. Bijvoorbeeld zijn buskruittekeningen; een combinatie van inkt en buskruit wordt tot ontploffing gebracht op doek waardoor de ‘tekening’ ontstaat. Veel van zijn vuurwerk bestaat uit overdag afgestoken zwart gekleurd vuurwerk. Daar hebben we op video verschillende voorbeelden van gezien. Erg fascinerend, maar volgens ons minder geschikt voor oud en nieuw in Nederland.
Na een middag in het museum wandelen we naar het oude centrum. Na even zoeken en navragen komen we terecht op een prachtig plein, Plaza Nuevo. Het plein deed ons erg denken aan Plaza Reial in Barcelona, maar dan kleiner. Met moeie voeten strijken we neer op het terras en genieten van de drukte op het plein. Aan het eind van de dag besteden ouders in Spanje quality time aan hun gezin en gaan de straat op of naar een van de vele speelplaatsen. De kinderen vliegen tot laat rond en al de papa’s en mama’s vermaken zich met elkaar. Boeiend om dat te zien.
De douanebeambte die bij ons aan boord kwam, zei dat het in Bilbao niet zo’n mooi weer is als in Zuid Spanje, maar dat het eten beter is in Bilbao. Nou deze man had helemaal gelijk. Tijdens het borrelen op Plaza Nuevo genieten we enorm van ‘broodtapas’. Op de bar in de kroeg staan zo’n twintig verschillende tapashapjes, allemaal geserveerd op een stukje stokbrood. Vis, ham, groente wat je maar wil …. Echt smullen!
Jos had ons nog een tip gegeven over een visrestaurant bij het vissershaventje waar we eerder zijn geweest en daar gaan we de laatste avond eten. Als hoofdgerecht kunnen we kiezen uit 10 soorten vis. De serveerster kan geen woord Engels (en wij geen woord Spaans – we zijn pas bij les 2 van de LOI-cursus) en dus geen idee wat voor een vissen het zijn. Gelukkig kunnen de buren aan het tafeltje ernaast wel Engels en houden ze van vis. Ze raden ons aan om Rodaballo te nemen, heerlijke vis. Aan boord vinden we uit dat we tarbot hebben gegeten. Ook het toetje was geweldig. Dus Jos: bedankt voor de tip !!!
Op 23 juli vertrekken we naar Belle Ile. Een tocht van zo’n 240 mijl pal noord naar Zuid Bretagne. We hebben de tocht heel verschillend ervaren. Ank is behoorlijk zeeziek geweest. De boot ging van voor, naar achter, van links naar rechts, van voor naar achter, van links naar rechts …… en dan ook nog op en neer. Geen lekker gevoel voor de maag. Keimpe heeft op flinke stukken van de tocht genoten van het zeilen en de zon, maar durfde dat achteraf pas te vertellen. Hij wilde Ank niet wakker maken om dat te vertellen. ‘Wordt ze vast niet beter van.’
Op zaterdagmorgen komen we na 40 uur varen ’s morgens om half 9 aan op Belle Ile. We gaan buiten de haven aan een mooring liggen. In de haven is het erg druk met boten en ferries en we willen rustig bijslapen. Op zondag bekijken we het eiland per fiets. Dat viel niet mee na een jaar niet fietsen en op een of andere manier lijken de wat langere zeiltochten ook slopend voor je conditie. Hijgend en puffend fietsen we heuvel op en af en zien een erg leuk stukje eiland. Groen, veel bloemen, afwisselend en leuke dorpjes. De huizen zijn overwegend wit gekalkt en hebben blauwe luiken. Ze worden goed onderhouden en het zullen wel veel ‘tweede huizen’ zijn. Belle Ile lijkt een echt vakantie-eiland voor de Fransen.
Maandag varen we door naar St. Marine. We hebben de wind precies op de kop en dat is dus kruisen. Om 8 uur ’s avonds komen we aan bij de riviermonding van St. Marine. We liggen hier nu aan de steiger voor bezoekers en genieten van alle drukte op de rivier. In verband met de weersvoorspellingen blijven we hier nog een dag en vertrekken donderdag weer verder richting Nederland. Overigens moeten we dat volgens Stephen vooral niet doen. Stephen en Nick zijn net terug in Engeland en stuurden gelijk een emailtje met in koeieletters de tekst: GO SOUTH, I REALY MEAN IT! Eh, we beraden ons nog …..
Er zijn nog geen berichten geplaatst. Plaats een bericht.
